Kevers kweken

Kweekhandleiding voor Diapherodes gigantea

Variatie: Diapherodes gigantea “Grenada” (PSG 260)

Voortplanting: Seksueel
Luchtvochtigheid: 60%
Temperatuur: 20-26°C
Herkomst: Kleine Antillen (Saint Vincent, Grenada, Saint Lucia)
Grootte (zonder poten en antennes): mannetjes 1-12 cm, vrouwtjes 15-16 cm
Voedsel: Eucalyptus-soorten, acacia soorten, braam (Rubus) en eik (Quercus)

Voedsel
Laat de nimfen opgroeien met braam. In de herfst verliezen eiken hun blad en de nimfen stappen lastig over op andere planten. Volwassen dieren hebben hier minder moeite mee. Koop geen planten zoals Eucalyptus in tuincentra en bloemenwinkels want deze zijn vrijwel zeker bespoten (geweest) met insecticiden.

Tips voor het knippen van braam
Het favoriete voedsel van deze soort is braam. Deze plant is winterhard en komt algemeen voor. Braamplanten zitten echter vol doorns en kunnen vervelende wondjes veroorzaken. Neem dus naast een snoeischaar altijd tuinhandschoenen mee om de takken vast te kunnen houden. Gebruik een plastic box of een hard plastic big-shoptas om de takken te vervoeren. De planten raken gemakkelijk verstrikt in (auto)bekleding.

Controleer de planten op de aanwezigheid van spinnen, bladluizen en spintmijten. Spinnen zijn een gevaar voor de nimfen, luizen en mijten kunnen zich binnenshuis explosief gaan voortplanten. Controleer met name in de zomermaanden jouw kleding op de aanwezigheid van teken na het knippen. Pas op met het snoeien van braam naast landbouwgronden, deze kunnen besmet zijn met landbouwgif dat de dieren uiteindelijk zal doden.

In de lente krijgen braamstruiken nieuwe uitlopers met jonge, lichtgroene blaadjes. Deze hebben een witte, donsachtige beharing. Voer dergelijke bladeren niet aan jonge nimfen, ze bevatten weinig voedingsstoffen en bevatten stoffen die schadelijk kunnen zijn voor jonge wandelende takken.

Terrarium
Nimfen kunnen gehouden worden in een plastic faunabox. Bijna volwassen dieren hebben een terrarium nodig dat tenminste 60 centimeter hoog is omdat ze tijdens de vervelling twee keer zo lang worden. De dieren kruipen al hangend uit hun oude huid en als ze de bodem raken tijdens de vervelling raakt het lichaam misvormd. Zorg dat het terrarium niet te dicht beplant is zodat er ruimte is om te vervellen. Zorg voor voldoende ventilatie, liefst aan de bovenzijde en een ventilatiestrip aan een zijkant.

Luchtvochtigheid
De luchtvochtigheid is een indicatie en deze mag fluctueren zolang deze gemiddeld maar boven de 50% zit. Het mag echter niet langere tijd droog worden (minder dan 40 %) want dat zorgt voor problemen met de vervelling. Maak het terrarium ook niet te vochtig (permanent boven 80%). Het vernevelde water moet binnen enkele uren opdrogen en er mag geen condens ontstaan. Condens veroorzaakt schimmelvorming. Drie of vier keer per week nevelen volstaat bij de nimfen, tweemaal per week nevelen bij de volwassen dieren.

Substraat
Een ideaal substraat voor de nimfen bestaat uit kokosvezels. Geperste kokosvezels zijn verkrijgbaar bij de meeste dierenwinkels en tuincentra. Deze zijn makkelijk vochtig te houden en hebben een hoge bestendigheid tegen schimmels. Ook houtsnippers kunnen worden gebruikt. Gebruik geen potgrond, hier zitten vaak resten van insecticiden in. Zorg ervoor dat het substraat iets vochtig is maar ook weer niet te nat. Vervang het substraat tenminste iedere drie maanden in verband met schimmelvorming.

Volwassen dieren moeten op vochtig papier gehouden worden, anders zijn de eitjes niet meer terug te vinden. Gebruik hiervoor wat steviger keukenpapier zodat de eitjes niet bedekt worden met papiervezels. Bij een houten terrarium kan onder het papierlaagje een laag plastic zoals vershoudfolie geplaatst worden om aantasting van het hout te voorkomen. Vervang het papier eens per twee weken om uitdroging of het beschimmelen van de eitjes te voorkomen.

De eitjes kunnen in een klein kuipje in een afgesloten doosje met kleine luchtgaatjes gehouden worden. Doe wat keukenpapier onder het kuipje en houd dat nat. Op die manier blijft de luchtvochtigheid hoog genoeg voor de eitjes. Zet de eitjes nooit in direct zonlicht of op een warmtebron. Het duurt ca. 6 – 8 maanden voordat ze uitkomen.

Voortplantingscyclus
De eitjes moeten licht vochtig gehouden worden op papier of vermiculiet. Ze hebben een temperatuur nodig van ongeveer 20°C en komen na acht tot negen maanden uit.

Nimfen zijn ongeveer drie centimeter als ze uit het ei komen. Ze hebben meer vocht nodig dan de volwassen dieren. Ze gedragen zich vrij rustig in vergelijking met andere wandelende takken.

Mannetjes worden na 5 maanden volwassen en leven dan nog 6 maanden. Tijdens de laatste vervelling worden de mannetjes bruin. Ze hebben rode vleugels die goed ontwikkeld zijn. Ze spreiden de vleugels bij verstoring of als ze vallen, ze vliegen zelden.

Vrouwtjes worden na 6 maanden volwassen en leven dan nog 9 maanden tot een jaar. Ze zijn groen en hebben sterk gereduceerde vleugels. Ze hebben stekels aan de achterpoten en aan het borststuk. Ze laten de eitjes niet vallen maar schieten ze weg met de ovipositor (eilegapparaat) aan de achterzijde van het lijf. Sommige vrouwtjes zijn donker tot bijna zwart.

Scroll naar boven